‘Zonder inclusief onderwijs is kansengelijkheid niet compleet’

Wie is Fatima Ouahou?

Fatima Ouahou is oprichter en voorzitter van Stichting Malak. Genoemd naar haar dochter Malak met het syndroom van Down. Met als doel een bijdrage leveren aan de emancipatie en zelfbeschikking van vrouwen met verschillende culturele achtergronden.

Fatima is ook belangenbehartiger van kinderen met een beperking, met name van kinderen met het Syndroom van Down. Als voorvechter van inclusief onderwijs heeft ze het initiatief genomen voor een Samen naar school klas Amsterdam voor primair onderwijs en heeft ze het onderwerp op de politieke agenda in Amsterdam gezet.

Wat moet er volgens  haar hoger op de politieke agenda?

Inclusief onderwijs. Zonder inclusief onderwijs is kansengelijkheid niet compleet. Met alle respect voor ouders die er bewust voor kiezen om hun kind naar het speciaal onderwijs te laten gaan. Er zijn ouders die hun kind met een beperking liever regulier onderwijs willen laten volgen. Zij hebben die keuze helaas nog altijd niet. Deze ouders sturen hun kind gedwongen naar het speciaal onderwijs.

Waarom?

Fatima: “Alle kinderen moeten mee kunnen doen. Op school en in de buurt. Alle kinderen hebben talenten die zij kunnen benutten. Kinderen met een beperking moeten niet apart gezet worden – weggestopt, onzichtbaar – op de dagbesteding. Ze maken deel uit van de samenleving en dus ook van het onderwijs.”

Inclusief onderwijs is verrijkend. Kinderen leren elkaar als één te zien. En dat legt de basis voor de acceptatie in het latere leven. Bij inclusief onderwijs gaat het ook niet uitsluitend om cognitieve ontwikkeling, maar om innerlijke ontplooiing.

Fatima vertelt over haar persoonlijke ervaringen. “Mijn dochter Malak ging met veel plezier naar school, een school voor regulier onderwijs. Alles verliep goed: de kinderen speelden met haar, waren behulpzaam voor haar. Tot groep 2. Toen werd ze van school verwijderd. De school heeft de keuze gemaakt om niet meer te investeren in het onderwijs op maat voor mijn dochter. De school vroeg een toelaatbaarheidsverklaring aan die nodig is om een leerling door te sturen naar het speciaal onderwijs. Dat is een kwalijke regeling in de wet passend onderwijs met nadelige gevolgen voor deze kwetsbare doelgroep. Daarom is het de plicht van beleidsmakers en politiek om inclusief onderwijs de hoogste prioriteit te geven.”